• Begrippen

    Eigen kracht:

    Het vermogen van een persoon om eigen mogelijkheden te gebruiken en zelf oplossingen te bedenken voor problemen en deze oplossingen eventueel samen met anderen uit te voeren.

    Eigen

    verantwoordelijkheid:

    Het vermogen van een persoon om rekenschap te nemen over de gevolgen van zijn keuzes.

    Formeel netwerk:

    Professionals welke zorg, hulp en behandeling bieden aan klant(en).

    GIZ-methodiek:

    Methodiek Gezamenlijk Inschatten van Zorgbehoeften: integrale, motiverende taxatiemethodiek die gebruikt wordt om de krachten, ontwikkel- en zorgbehoeften van kinderen van 0-23 jaar en hun gezinnen in kaart te brengen.

    Informeel netwerk:

    Mantelzorgers (familie, vrienden en buurtbewoners) en vrijwilligers die ondersteuning en steun bieden aan de klant(en).

    Klant(en):

    De persoon of personen die een vorm van coördinatie, ondersteuning, zorg, hulp, behandeling en/of bescherming krijgt.

    Netwerk versterken:

    Het versterken van het netwerk in de eigen omgeving door het in kaart brengen van het netwerk en de leden van het netwerk met elkaar te verbinden. Het gaat hierbij om mantelzorgers (familie, vrienden en buurtbewoners) en vrijwilligers die ondersteuning en steun bieden aan de klant(en).

    Participatie:

    De wijze waarop iemand deelneemt aan de samenleving (werk, school, dagbesteding).

    Samenredzaamheid:

    Het vermogen van een persoon om samen met anderen voorzieningen te treffen die deelname aan het maatschappelijke verkeer mogelijk maken.

    SMART:

    Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden.

    Verwijsindex/ JeugdMATCH:

    Landelijk informatiesysteem in Nederland dat bedoeld is om hulpverleners binnen verschillende organisaties inzicht te geven in elkaars betrokkenheid bij jongere(n) binnen het gezin. In Midden-Holland bekend onder de naam JeugdMATCH.

    Waakvlam

    Een vorm van vinger aan de pols houden, op maat passend bij de klant om te checken of de positieve ontwikkeling zich voortzet en om op eventuele signalen van terugval tijdig actie te ondernemen. De waakvlam kan zowel bij een professional als bij een netwerkcontact belegd worden en de frequentie, de wijze waarop en het doel worden opgenomen in het ondersteuningsplan bij de afsluiting ervan.

    Zelfregie:

    Het vermogen van een persoon om zelf te bepalen op welke wijze het eigen leven wordt ingericht, op welke wijze de opvoeding van eventuele kinderen wordt vormgegeven en welke ondersteuning daarbij eventueel wordt ingezet. Het versterken van zelfregie wordt vormgegeven door de klant zoveel mogelijk het proces, doelen en tempo te laten bepalen waarbij rekening wordt gehouden dat voor ieder lid van het huishouden veiligheid, basiszorg en respect is gewaarborgd. Zelfregie gaat om zelf bepalen, niet om zelf doen.

    Zelfredzaamheid:

    Het vermogen van een persoon om zelf voorzieningen te treffen die deelname aan het maatschappelijke verkeer mogelijk maken.

    Zorgcoördinatie definitie:

    Het toezien op de totstandkoming en de naleving van afspraken omtrent interventies om de gestelde doelen van de klant(en) en zijn/haar huishouden (of gezin) in het kader van 1Gezin1Plan te behalen.

    Zorgcoördinatie werkwijze:

    Coördinatie van zorg is een planmatig en doelgericht cyclisch proces waarbij de vragen van de klant(en) en zijn/haar huishouden (of gezin) centraal staan om de doelen en interventies op alle gezinsleden en leefgebieden af te stemmen en de voortgang te monitoren. Uitgangspunt is zelfregie van de klant. De klant is zoveel mogelijk zelf verantwoordelijk voor het richting geven aan zijn leven en besluiten nemen die hierbij passen, inclusief het zoeken van hulp. De klant doet dit zoveel mogelijk zelf of schakelt hiervoor bij voorkeur iemand uit het eigen netwerk in.

    Zorgcoördinator:

    De gekozen persoon die toeziet op het proces in het kader van 1Gezin1Plan. Hij of zij bewaakt hiertoe het tijdig en correct naleven van de gemaakte afspraken en neemt, indien nodig, passende maatregelen ter verbetering. De klant(en) en alle betrokken hulpverleners en leden van het sociaal netwerk zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven van hun eigen verplichtingen en voor de kwaliteit van de zorg en ondersteuning die zij verlenen.