• De weg naar een huisverbod

    1. Politie of Veilig Thuis krijgt een melding binnen over (dreiging van) huiselijk geweld.
    2. Surveillance of basiszorg (BPZ) van de politie gaan ter plaatse.
    3. Politie heeft een eerste gesprek met de melder en bekijkt de concrete situatie in de woning.
    4. De hulpofficier van justitie voert het Risicotaxtieinstrument (RiHG) uit en besluit:
      • Er wordt geen strafbaar feit en geen ernstige dreiging van huislijk geweld geconstateerd: er volgt geen huisverbod.
      • Er wordt geen strafbaar feit en wel een ernstige dreiging van huiselijk geweld geconstateerd: er volgt een huisverbod.
      • Er wordt een strafbaar feit geconstateerd en een zeer ernstige dreiging van huiselijk geweld: er volgt een huisverbod.
    1. Het huisverbod wordt opgelegd door de burgemeester of hulpofficier van justitie (politie) voor een periode van tien dagen. 
    2. Het huisverbod betekent dat de uithuisgeplaatste:
      • Onmiddellijk de woning verlaat.
      • Een verbod heeft tot het betreden van, zich ophouden bij of aanwezig zijn in de woning.
      • Een verbod heeft om contact op te nemen met de personen met wie de persoon het huishouden deelt.
    1. Indien er kinderen betrokken zijn, wordt een melding gedaan bij Veilig Thuis. 
    2. Tijdens het huisverbod wordt escalatie voorkomen en voor alle betrokkenen hulpverlening en bescherming gestart.
    3. De burgemeester kan een opgelegd huisverbod verlengen met achtten dagen tot maximaal achtentwintig dagen (4 weken).