• Fase 3b. Startoverleg uitvoeren

    1. Verwelkom een kwartier voor aanvang de klant(en) en informeel netwerk.
    2. Leg nogmaals de werkwijze uit.
    3. Verwelkom de andere betrokkenen en schenk koffie en thee.
    4. Stel jezelf kort voor en laat iedereen zich kort voorstellen met naam, organisatie en functie, indien professional en relatie tot klant(en).
    5. Nodig de klant(en) uit om te vertellen wat de aanleiding en doel van het overleg is en vul eventueel aan. Noteer dit in het ondersteuningsplan.
    6. Geef de agenda en tijdsduur aan en vraag commitment.
    7. Geef informatie over de verantwoordelijkheden bij uitvoering en coördinatie.
    8. Inventariseer de krachten en de zorgen en noteer deze in het ondersteuningsplan, start bij de klant(en) en vervolg met de betrokkenen.
    9. Inventariseer of er relevante eerdere hulpverlening is gegeven aan de klant(en) en noteer dit in het ondersteuningsplan.
    10. Reflecteer over de gehele situatie en maak een integrale analyse. Bespreek samenhang van de krachten en zorgen, patronen en gevolgen.
    11. Bespreek het gewenste resultaat.
    12. Inventariseer of er zorgen zijn rondom onvoldoende basiszorg onveiligheid of geweld.
    13. Indien er zorgen zijn over onvoldoende basiszorg, onveiligheid of geweld wordt het Veilig Verder Plan ingevuld. 
    14. Indien het Veilig Verder Plan wordt ingevuld:
      • inventariseer de krachten en zorgen specifiek gericht op (on) veiligheid en noteer deze in het Veilig Verder Plan.
      • voer de Veiligheidsschaal uit en noteer de uitkomsten in het Veilig Verder Plan.
      • maak veiligheidsafspraken en noteer deze in het Veilig Verder Plan.
    15. Vraag de klant(en) vervolgens welke (overige) zorgen prioriteit hebben.
    16. Stel gezamenlijk doelen vast en noteer deze in het ondersteuningsplan.
    17. Leg gezamenlijk per doel actie(s) vast en noteer deze in het ondersteuningsplan.
    18. Indien er wordt gewerkt met het Veilig Verder Plan:
      • vul de Doelencheck in het Veilig Verder Plan in.
      • laat de klant(en) het Veilig Verder plan ondertekenen.
    19. Indien er nog geen zorgcoördinator is vastgesteld, stel deze dan nu vast.
    20. Stel gezamenlijk een nieuwe datum en tijd vast voor het volgende overleg.
    21. Vraag klant(en) hoe zij het overleg hebben ervaren.
    22. Doe een rondje rondvraag.
    23. Bedank alle betrokkenen voor hun aandacht en inzet.
    24. Geef na afloop de gelegenheid om vervolgafspraken te maken voor het uitvoeren van acties.
    25. Ga naar fase 4.
  • Toelichting

    • Bij een overleg zijn meestal meerdere partijen aanwezig: klant(en), familie, vrienden, hulp- en dienstverleners, jeugd- en volwassenzorg en uzelf als zorgcoördinator. Al deze partijen hebben hetzelfde belang: iedereen streeft ernaar dat het goed gaat met de klant(en). Maar dan... de invulling van wat goed is, wat eenieder in het belang van de klant(en) acht, de omstandigheden die dit mogelijk of onmogelijk maken, de organisatorische, inhoudelijke en persoonlijke dilemma’s, visies op opvoeden, welzijn, basiszorg… Allerlei factoren zorgen ervoor dat de invulling ‘het gaat goed met de klant(en)’ door eenieder op een andere wijze kan worden uitgelegd.  Als voorzitter is het jouw taak daar leidend in te zijn en structuur in aan te brengen.
    • Houvast aan de agenda en de tijd. Laat een overleg niet uitlopen.
    • Geef klant(en) een centrale positie in het overleg. Het gaat om de invulling van hun leven.
    • Start telkens bij de klant(en) bij een nieuw item (krachten, zorgen, doelen, acties). Vraag vervolgens het informeel netwerk en daarna het formeel netwerk naar hun mening. Dit versterkt zelfregie en samenredzaamheid.
    • Voer de krachten- en zorgenanalyse systeemgericht uit. Gebruik voor gezinnen, kinderen en / of   jongeren de GIZ-methodiek en voor volwassenen de Zelfredzaamheidsmatrix. Gebruik bij signalen van onvoldoende basiszorg, onveiligheid of geweld voor gezinnen de LIRIK of CARE-nl.
    • Zet in het plan duidelijke en concrete tekst. Gebruik geen vakjargon, schrijf in gewone mensentaal, citeer degene die verwoord.
    • Vul het ondersteuningsplan en eventueel het Veilig Verder Plan samen met de klant(en) en betrokkenen en zorg dat deze voldoet aan de kwaliteitscriteria.
    • Benoem een zorgcoördinator, sluit zoveel mogelijk aan bij de wens van klant(en) hierin.
    • Verantwoordelijk is:
      • Voor het uitvoeren van de acties en afspraken op inhoudsniveau: klant(en), familie, vrienden, betrokken professionals;
      • Voor de coördinatie van zorg op procesniveau en een integraal zicht op de inhoud van het ondersteuningsplan: de zorgcoördinator.
      • Voor oplossen van stagnatie in de uitvoering van het ondersteuningsplan: de zorgcoördinator.