• Informatie delen

    1. Wat is het beroepsgeheim?

    Alle professionals hebben een beroepsgeheim. Dit betekent dat je als regel toestemming nodig hebt van de klant(en) of zijn/haar ouders / wettelijk vertegenwoordigers om informatie over de klant(en) aan anderen te geven of extern overleg over hem/haar te voeren.

    Het beroepsgeheim is voor medisch hulpverleners vastgelegd in de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg en in de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Het beroepsgeheim voor jeugdzorgwerkers ligt vast in de Jeugdwet en is uitgewerkt in de Beroepscode voor de jeugdzorgwerker. Ook maatschappelijk werkers, psychologen, pedagogen en onderwijskundige kennen beroeps- en gedragscodes waarin hun beroepsgeheim is vastgelegd.

    2. Aan wie vraag je toestemming voor het delen van informatie?
    Je vraagt toestemming voor het delen van informatie:

    Bij kinderen tot 12 jaar

    Aan de ouders / wettelijk vertegenwoordiger

    Bij jongeren tussen 12 en 16 jaar

    Zowel aan de jongere als aan zijn ouders / wettelijk vertegenwoordiger

    Bij jongeren vanaf 16 jaar

    Aan de jongere zelf

    Bij volwassenen met een ondercuratelestelling

    Aan de curator voor (o.a.) behandeling en begeleiding

    Bij volwassenen met een onderbewindstelling

    Aan de volwassene zelf en aan de bewindvoerder voor de goederen / financiën die onder bewind staan

     

    3. Wat is ouderlijk gezag en voogdij?
    Ouders zijn getrouwd of hebben geregistreerd partnerschap

    Ouders verkrijgen automatisch het gezag van hun kind wanneer zij voor de geboorte of adoptie van het kind getrouwd of geregistreerd partner zijn.

    Ouders zijn niet getrouwd en hebben geen geregistreerd partnerschap
    De moeder krijgt automatisch gezag indien zij 18 jaar of ouder is, niet onder curatele staat of een geestelijke stoornis heeft.

    De vader heeft niet automatisch gezag. Het gezamenlijk gezag kan worden aangevraagd bij de rechtbank.

    Ouders zijn gescheiden
    Ouders behouden samen het gezag. In enkele gevallen beslist de rechter anders en krijgt één van de ouders alleen het gezag.

    Ouder zonder gezag
    Ouders zonder gezag hebben recht op informatie over hun kind.  De ouder die het gezag heeft moet de ouder zonder gezag informatie geven over de kinderen. Bijvoorbeeld over gezondheid en school. Als de ouder met gezag belangrijke beslissingen wil nemen over de kinderen, moet hij/zij de mening vragen van de ouder zonder gezag. De ouder met gezag beslist uiteindelijk.

    Professionals die belangrijke informatie hebben over het kind zijn verplicht om de ouder zonder gezag daarover te informeren wanneer deze hierom vraagt. Professionals kunnen ook uit eigen beweging ouders zonder gezag informeren, bijvoorbeeld door hen uit te nodigen voor bijvoorbeeld ouderavonden.

    Gezagsregister
    In het openbare Centraal Gezagsregister staat wie er gezag heeft over een minderjarig kind. Het gezagsregister is openbaar en iedereen kan een uittreksel uit het register opvragen.

    Voogdij
    Voogdij is het gezag van niet-ouders. De rechter benoemd een voogd. Een voogd is verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind.

    Een kind krijgt een voogd als:

    • de ouders zijn overleden.
    • de ouders geen gezag meer mogen hebben.
    • de ouders zijn ontheven of ontzet uit het gezag.

    4. Hoe deelt u informatie?

    U kunt informatie delen wanneer u voldoet aan de volgende zes beginselen:

    1. Rechtmatig, behoorlijk en transparant
    Toestemming is rechtmatig wanneer de betrokkene of de wettelijk vertegenwoordiger toestemming heeft gegeven. Hiervan kan alleen worden afgeweken wanneer u een gerechtvaardigd belang voor de verwerking dat prevaleert ten aanzien van het privacybelang van de betrokkene, dit kan het geval zijn wanneer de veiligheid van een betrokkene in gevaar is.

    Transparant is het eenvoudig, toegankelijk en begrijpelijk communiceren over wie, wat, waarom, waar, wanneer en hoe lang persoonsgegevens worden verwerkt en bewaard. Dit moet eenvoudig en duidelijk worden uitgelegd aan de betrokkene.

    2. Doelbinding
    Gebruik de informatie die u van een ander ontvangt alleen voor het doel waarvoor u dit heeft gekregen.
    Vindt u het nodig om de informatie ook te gebruiken voor een ander doel:

    • Voer daarover dan eerst overleg met de professional van wie u de informatie heeft gekregen.
    • Vraag zijn toestemming voor dit andere gebruik.
    • In de meeste gevallen zal de professional die de informatie heeft verstrekt, voor gebruik voor een ander doel, opnieuw toestemming aan de klant moeten vragen.

    3. Minimale gegevensverwerking
    U mag niet meer persoonsgegevens verwerken dan strikt noodzakelijk is.

    4. Juistheid
    U moet ervoor zorgen dat de persoonsgegevens die u verwerkt juist en nauwkeurig zijn en dat deze tijdig worden geactualiseerd.

    5. Opslagbeperking
    U bewaart de persoonsgegevens niet langer dan noodzakelijk is en afgesproken binnen de organisatie of volgens de bewaartermijn zoals vastgesteld.

    6. Integriteit en vertrouwelijkheid
    Persoonsgegevens moeten worden bewaard op een veilige manier met een passende beveiliging, zodat anderen geen ongeoorloofde toegang hebben tot persoonsgegevens. Daarnaast moeten gegevens worden beschermd tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging.

    4. Wie mag informatie delen?

    Je mag informatie delen, indien je je houdt aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens. In de praktijk betekent dit dat je de adviezen volgt zoals hier zijn beschreven. Daarnaast zijn er in de wet extra artikelen opgenomen over het delen van informatie.

    Informatie delen met Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming

    Professionals hebben een wettelijk meldrecht bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit staat in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, artikel 5.2.6. Dit meldrecht geeft professionals, het recht om een melding te doen van vermoedens van huiselijk geweld bij Veilig Thuis of in crisissituaties bij de Raad voor de Kinderbescherming. Hiervoor is geen toestemming nodig van de klant(en), zijn/haar ouders of wettelijk vertegenwoordigers.

    Het wettelijk meldrecht geeft professionals ook het recht om informatie te geven aan Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming als daar in het kader van een onderzoek om wordt gevraagd. Ook dit kan zo nodig zonder toestemming van de klant(en), zijn/haar ouders of wettelijk vertegenwoordigers.

    Informatie delen met de Jeugdbescherming

    De Jeugdwet geeft aan dat de jeugdbeschermer actief informatie op vraagt bij andere professionals die bij een gezin betrokken zijn. Het gaat hierbij om hulpverleners en deskundigen.  Deskundigen en hulpverleners zijn verplicht hieraan mee te werken. De informatie moet wel noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling van het kind. Dit is het geval als de informatie kan bijdragen aan het voorkomen of verminderen van een bedreiging in de ontwikkeling van het kind.

    Andersom geldt dat als professionals over informatie beschikken die noodzakelijk kan zijn voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling, zij deze informatie uit eigen beweging kunnen verstrekken aan een jeugdbeschermer.