• SCIL: Screening mogelijke licht verstandelijk beperking

    Een licht verstandelijke beperking (LVB) is niet altijd direct zichtbaar, maar wel van grote invloed op het algemeen functioneren. Het gaat bij een LVB om een combinatie van een lager dan gemiddeld IQ (tussen de 50 en 85) en beperkingen in het gedrag die leiden tot problemen in het maatschappelijk functioneren. Met de SCIL is snel en eenvoudig vast te stellen of er mogelijk sprake is van een LVB.

    Met behulp van de SCIL kan in ongeveer een kwartiertje tijd, snel en valide een inschatting gemaakt worden of er bij een client spraken is van een (lichte) verstandelijke beperking. Bij een lage SCIL score mag met een zekerheid die rond de 95% of hoger ligt een LVB  worden vermoed. Bij een zeer hoge scil score kan LVB juist met grote stelligheid worden uitgesloten.
    De SCIL is nadrukkelijk een screener, afname is onvoldoende voor een diagnose stelling. Voor een officiële diagnose is nader psychodiagnostisch onderzoek noodzakelijk.

    Klik hier voor meer informatie over de SCIL. 

    Wat betekent het hebben van een verstandelijke beperking in het dagelijks leven?

    Mensen met een verstandelijke beperking hebben moeite met leren. Niet alleen op school, ook het leren van nieuwe vaardigheden in het dagelijks leven gaat moeilijker. Mensen met een verstandelijke beperking leren het beste door voordoen-nadoen. Mondelinge instructies alleen zijn veelal onvoldoende. Daarnaast kost het leren van nieuwe vaardigheden meer tijd en energie. Hierdoor worden bij mensen met een verstandelijke beperking eerder vermoeidheidsklachten gezien.

    Advies

    Houdt in de begeleiding/ondersteuning rekening met het bovenstaande. Dit kan door je het volgende te realiseren:

    • Gebruik dagelijkse taal, geen moeilijke woorden. De meeste cliënten vragen niet om uitleg als ze je niet begrijpen. Ze gedragen zich ‘sociaal wenselijk’. Dat wil zeggen, ze doen wat ze denken dat er van hen verwacht wordt.
    • De cliënt heeft meer tijd nodig om adviezen tot zich door te laten dringen. Dus herhaal adviezen, desnoods 10x tot het echt doordringt.
    • Heb geduld en blijf in contact met de client. Het heeft geen zin om van mensen dingen te eisen die ze niet snappen of kunnen.
    • Het helpt om afspraken op papier te zetten.
    • Check of de cliënt de afspraken/adviezen heeft begrepen door te vragen of ze het in hun eigen woorden kunnen terug vertellen.
    • Het helpt om te laten zien wat je verwacht van de cliënt: voordoen- nadoen.
    • Voor cliënten met LVB is het niet vanzelfsprekend dat afspraken worden nagekomen. Dit komt voort uit het feit dat prioriteiten stellen lastig is. Er is hierbij veelal sprake van onmacht en niet van onwil. (Een voorbeeld vanuit de cliënt gezien: de baby heeft een vieze luier voor de moeder met het kind de deur uit gaat. Het kind wordt eerst verschoond. Gevolg, moeder is te laat op de afspraak. Dat ze de luier eerst moest verschonen klinkt als een smoesje maar is het niet. Het van te voren overzien dat dit kan gebeuren en hier ook rekening mee houden, is teveel gevraagd.)

    Helpt rekening houden met een eventuele beperking niet, dan kan het wenselijk zijn om psychodiagnostisch onderzoek te laten doen. Meerwaarde van onderzoek:

    • De cliënt krijgt info over zijn krachten en valkuilen .
    • Met behulp van psycho-educatie krijgt client meer inzicht in eigen gedrag.
    • Handelingsadviezen voor in de praktijk.
    • Hulpverlener en cliënt hebben een gezamenlijk ‘uitgangspunt’ van waaruit gekeken kan worden: wat is er nodig?

    Tekst: Rianne Cosijn, gedragsdeskundige/orthopedagoog MEE Midden-Holland.